Animatie Tips!

Animatie bestaat uit vele verschillende stilstaande frames (foto’s, tekeningen) die snel achter elkaar worden afgespeeld, daardoor lijkt er een beweging te ontstaan, omdat onze ogen niet in staat zijn deze losse frames te zien, maar worden ze achter elkaar geplakt tot een vloeiende beweging. Hier ontstaat de illusie van beweging!

Het aantal beeldjes dat achter elkaar wordt afgespeeld kan verschillen. Twaalf frames per seconde is al genoeg om een vloeiende beweging te krijgen. Er zijn ook animatoren die op 24 frames werken, maar 12 frames is ook genoeg om geen haperingen waar te nemen.

Tips & tricks

  • Je kunt het beste 12 frames per seconde tekenen. Je kunt de tekeningen later dubbel opnemen in de computer. Het verschil met 24fps of 12fps is voor het ongeoefende oog niet te zien. (tenzij het een heeeeeeel erg langzame beweging is, dan werk je het beste op 24 fps)
  • Werk van extreem naar extreem. Een extreem is het uiterste van de beweging, bijvoorbeeld een open hand en een dichte hand. Alles daartussen is inbetween. Denk na over hoe je van de ene beweging naar de andere komt en waar de “breakdown” in de beweging zit. Een breakdown is het belangrijkste punt tussen de inbetweens in. Denk na over hoe lang de beweging duurt en hoe je de versnelling en vertraging gaat gebruiken binnen die frames. Als je de extremes en de inbetweens achter elkaar zet heb je en goede indicatie van je beweging, daarna komt timing om de hoek kijken..
  • Maak eerst een snelle schets van de keyframes en een schema van de tijd. Maak een schets van de belangrijkste poses (extremen en de breakdowns) tel uit hoe lang je beweging moet duren en hoeveel frames je daarvoor nodig hebt. Maak een schema van je beweging zodat je weet hoe het verloop van je beweging wordt. Denk uit hoeveel seconden je beweging duurt en reken uit hoeveel tekeningen of foto’s je ongeveer moet maken. Bij een teken of computer animatie kun je dit later aanpassen. Als je een stop-motion maakt zul je eerst goed moeten nadenken omdat je later niet makkelijk weer frames toe kunt voegen. (maak liever te veel foto’s dan te weing!)
  • Let op de timing. Zorg ervoor dat de beweging niet “stroperig” wordt, zorg voor pauzes, versnellingen en vertragingen om de beweging dynamisch te maken. Gebruik ook anticipatie om je beweging levendig te maken.
  • Anticipatie! Dat is de voorbereiding op je beweging. Bijvoorbeeld het naar achter bewegen van je arm voordat je een bal gooit. Hoe langzamer en beter de anticipatie, hoe minder frames je voor de feitelijke beweging nodig hebt en hoe duidelijker je beweging zal zijn. Denk aan een pitcher die een bal gooit in een honkbal wedstrijd. Het gooien van de bal is maar heel kort vergelijking met de voorbereiding. Hoe klein de beweging ook, je anticipeert altijd, let maar eens op!
  • Laat niet alles tegelijk bewegen. Zorg dat de kijker tijd heeft om te zien wat er gebeurd, als alles tegelijk beweegt kun je niet goed te zien wat er gebeurt.
  • Hoe zwaar/licht is het? Denk na over het gewicht van het te animeren voorwerp/figuur. Hoe zwaar of licht is het, en wat voor effect heeft dat op de rest? (een veertje dat op je hoofd terecht komt is heel wat anders dan een piano!)
  • Follow Through. Sommige voorwerpen (bijvoorbeeld kleding of haar) zal nog bewegen nadat de beweging gestopt is.
  • Gebruik overdrijving. Het klinkt misschien vreemd, maar als je de beweging iets overdrijft wordt het juist realistischer! Als je precies de werkelijkheid weergeeft zal je animatie er statisch en saai uit komen te zien en had je jezelf heel veel tijd kunnen besparen door gewoon een filmcamera te gebruiken.
  • Indrukken en uitrekken. Als een bal stuitert zal hij altijd ovaal worden als hij op de grond stuitert. Je kunt ook voorwerpen/ledematen/personen uitrekken om de beweging nog duidelijker over te laten komen.
  • Gebruik je fantasie! In animatie kan alles wat je maar kunt bedenken. De enige beperking die er is, ben je zelf

Meer weten of hulp nodig? Stuur me direct een email of bel me voor een afspraak!

info@apecreations.com

06 – 28 11 99 52